“Hij start niet” kan verschillende dingen betekenen. Hoe preciezer je beschrijft wat je ziet en hoort, hoe beter de werkplaats kan inschatten wat er onderzocht moet worden.

1. Vertel wat er precies gebeurt

Gaan de lampen aan? Hoor je een klik of draait de startmotor? Begon het ineens of werd starten langzaam steeds lastiger? Noteer wat je merkt, zonder onderdelen uit elkaar te halen.

2. Geef de omstandigheden door

Gebeurt het alleen bij een koude motor, na regen of ook na een rit? Zijn er kort geleden onderdelen vervangen of werkzaamheden uitgevoerd? Ook dat kan relevante informatie zijn.

3. Stuur merk, model en kenteken mee

Met voertuiggegevens kan Troy gerichter bepalen om welk type scooter het gaat. Vermeld ook de kilometerstand als je die weet.

4. Een korte video kan helpen

Film veilig wat er gebeurt bij één normale startpoging. Geluid of een melding in het dashboard kan nuttig zijn. Blijf niet steeds opnieuw starten als dat niet werkt.

Dit is hulp bij het beschrijven van een klacht, geen diagnose op afstand. Ruik je brandstof, zie je lekkage of rook, of wordt iets ongewoon heet? Stop met starten en gebruiken en neem contact op.

Staat de scooter stil?

Vertel waar de scooter staat. Dan kun je ook de mogelijkheden voor ophalen bespreken.